Dick Schoof is geen premier. Hij is ook geen leider. Dick Schoof is de conciërge van Nederland. Niet het type met een oliekan en kennis van het gebouw, maar de bange variant: degene die precies doet wat hem is opgedragen en zich verschuilt zodra iemand vraagt wie dit eigenlijk heeft besloten. Hij draagt de sleutelring, maar bezit geen sleutels.
De grote lijnen liggen vast. Agenda 2030. Transities. Weerbaarheid. NAVO-verplichtingen. Alles netjes uitgetekend door internationale overlegtafels waar geen kiezer ooit heeft aangeschoven. De democratie mag het lokaal schoonhouden, zolang ze het meubilair niet verplaatst. En daar staat Schoof. Op de gang. Met een clipboard en een diepgekwetste strenge blik.
De burger klopt op de deur. Harder dan ooit. Boeren, ouders uit de toeslagenaffaire, jongeren zonder toekomst, burgers die voelen dat ze steeds minder te zeggen hebben over hun eigen leven. De conciërge knikt begrijpend, noteert de klacht en wijst vervolgens naar het bordje: “Besluitvorming vindt elders plaats.”
- Niet omdat hij het oneens is.
- Niet omdat hij het eens is.
- Maar omdat hij niets mag zijn.
- Omdat hij bang is.
- En dus niets is.
- Het is slechts een baan.
- Dat is zijn lafheid: zowel moreel, als functioneel.
Een leider zegt: hier trek ik een grens. Een conciërge zegt: zo zijn nu eenmaal de regels.
- Klimaatbeleid? Vastgelegd.
- Digitalisering? Onomkeerbaar.
- Defensie-uitgaven? Gedicteerd.
- LBTQ+? Bondgenootschappelijk vereist.
- Green Deal? Circulair financieel.
Nieuwe wetten die grondrechten negeren? Noodzakelijk, urgent, tijdelijk, altijd tijdelijk.
En als de burger protesteert, wordt dat “begrepen”, “erkend” en vooral geneutraliseerd. Want woede is in dit systeem geen signaal, maar hinderlijk geluid. En geluid demp je.
Schoof is, met grote dank aan Geert Wilders, geselecteerd om beleid te continueren en woede te incasseren. Niet om richting te geven, maar om ervoor te zorgen dat niemand boven last krijgt van wat beneden borrelt. Hij vangt de klappen op zodat de agenda ongestoord door kan.
Dat maakt hem geen boosdoener. Het maakt hem bruikbaar.
Maar het maakt Nederland wel iets anders: geen democratie met vertegenwoordiging, maar een gebouw in verval, waar burgers voor eigen risico naar binnen mogen, zolang ze niet de afgesloten lokalen binnendringen.
En Dick Schoof?
- Die controleert of je je voeten veegt.
- En geeft straf als je te hard praat.
- Niet omdat hij dat wil.
- Maar omdat hij dat moet.
- Omdat dat zijn baan is.
- In volle overtuiging.
Arme Dick!
























































