De onvrede richt zich op Jetten, Yesilgöz en Bontenbal, maar hoe ongemakkelijk het ook klinkt: de oplossing ligt niet in Den Haag, maar bij de politie.
We wijzen massaal naar politici, maar vergeten het systeem dat hun beleid uitvoert en normaliseert. De afgelopen jaren is het ambtelijk apparaat gigantisch gegroeid. Niet omdat Nederland er beter van werd, maar omdat macht zichzelf in stand houdt. Wie afhankelijk is van de overheid, bijt zelden in de hand die hem voedt.
De politie bevindt zich daarin op een cruciaal kruispunt. Formeel is zij er voor de burger. In de praktijk wordt zij steeds vaker ingezet als verlengstuk van beleid waar het maatschappelijk draagvlak voor afbrokkelt.
Dat is geen verwijt aan individuele agenten. Integendeel. Het systeem selecteert en beloont volgzaamheid boven kritisch denken. Protocollen boven gezond verstand. Acht man op een melding waar vroeger één of twee agenten volstonden, niet uit noodzaak, maar uit wantrouwen.

En juist daarom ligt hier de sleutel.

Als er één beroepsgroep is die kan bepalen of Nederland een rechtsstaat blijft of verder afglijdt richting een technocratische bestuursmachine, dan is het de politie. Niet door “rebellie”, maar door morele ruggengraat. Door weer te handelen vanuit de vraag: dien ik hier de burger, of het systeem?
Hoe raar het ook klinkt: de wederopbouw van Nederland begint niet bij nieuwe politici, maar bij mensen in uniform die durven nadenken, durven begrenzen en durven kiezen voor hun oorspronkelijke opdracht.

Deel deze post. Ga het gesprek aan met politieagenten in je omgeving. Herinner hen eraan dat zíj de sleutel in handen hebben.
Een democratie leeft niet van regels alleen, maar van mensen die weigeren hun geweten uit te besteden.


























































