Onschuldig Veroordeeld – Deel 6 – Het Hoger Beroep.
Het is weer 2 jaar later als het Hoger Beroep wordt behandeld. Dat maakt de doorlooptijd bijna 7 jaar in totaal. Ondanks dat we nog steeds vol vertrouwen zijn in een goede afloop hebben we, met in het achterhoofd de vreemde redenering van de politierechter, wel wat kriebels in de buik. In mijn ervaring is Vrouwe Justitia voor 90% heel rationeel, gaat ze puur uit van feiten en laat emoties buiten beschouwing. Maar er is altijd een menselijke factor.
Een rechter die “vindt” i.p.v. rationaliseert. Een rechter die “een gevoel” heeft i.p.v. zuiver naar de feiten kijkt. Ik heb dat nog maar weinig meegemaakt maar het gebeurt. Doorgaans, als je een rechter zuiver de feiten en gebeurtenissen voorlegt en die afweegt tegen de letter van de wet zal, in mijn ervaring, een rechter daar wel in meegaan. Zo hoort het ook, is mijn bescheiden mening.
Het lijkt er echter al snel op dat ook deze rechters naar een afwijzing van het Hoger Beroep toe willen redeneren. Geen echte afweging maar kijken of ze een en ander op een technicaliteit kunnen afwijzen. Het begint al met een omgekeerde redenering:
Strafbaarheid

Het is niet de taak van de verdediging om de strafbaarheid uit te sluiten. Dat zou de redenering goed praten dat je schuldig bent tot je onschuld bewezen is. In Nederland ben je (grondwettelijk) onschuldig tot schuld bewezen is en Hoger Beroep maakt dat niet anders. Het is dus de taak van het OM om de strafbaarheid aan te tonen. Vreemde redenering dus.
Getuige deskundige

Dan wordt vervolgens wederom onze getuige deskundige afgewezen, ook door het Hof. Het argument dat ze hiervoor gebruiken is dat ze zich “voldoende voorgelicht” achten om te oordelen over de zaak. Maar “voldoende voorgelicht” betekent nog niet dat je de materie begrijpt, dat moge duidelijk zijn. Mijn advocaat protesteert nadrukkelijk en geeft nog aan dat dit gronden voor cassatie oplevert. Het drietal aan de overzijde is echter onvermurwbaar.
Binnendringen annex 138ab WvS

Ik lees wederom een hele vreemde redenering. In de eerste plaats geeft het Hof hier duidelijk aan dat ik niet ben “binnengedrongen” (in juridisch-technische zin). Dat maakt dus dat er nooit een veroordeling op basis van 138ab kan plaatsvinden.
Case CLOSED, zou je zeggen maar daar redeneert men weer inventief omheen: Ik heb me (MEDE) schuldig gemaakt als MEDEpleger. Waar is die “pleger” dan? Wanneer is die veroordeeld? Oh nee, die is niet eens vervolgd!
De voorzitter geeft wel (eindelijk) antwoord op de vraag aan welke van de 4 voorwaarden van 138ab wordt voldaan: Art 138ab WvS lid c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel. Hiertoe gebruikt men jurisprudentie: ECLI:NL:HR:2021:1691 , de zogenaamde “politiemol” zaak:

Niet alleen put men dus uit een bijzonder ernstige zaak maar ook een zaak die niet vergelijkbaar is. Het handelt zich in deze casus over een politieagent die, met ZIJN EIGEN login, zaken ophaalt uit het BlueView systeem en het vervolgens door geeft (verkoopt?) aan criminelen. De redenering is simpel: Als je een legitieme login (sleutel) gebruikt voor zaken waar die niet voor bedoeld is spreekt men van een “valse sleutel“.
In onze kwestie is er geen sprake van MIJN EIGEN account of login die ik inzet voor een doeleind waar het niet voor bedoeld is! Het account wat gebruikt is was van mijn collega of zoals justitie haar noemt “MEDEdader” maar die is niet vervolgd. De zaken zijn dus essentieel verschillend en om die reden is jurisprudentie uit die zaak dan ook niet toepasbaar.
Daarbij is dit stukje jurisprudentie niet onomstreden. Rechtsgeleerden (P-G Spronken) waarschuwen dat het letterlijk toepassen van deze uitspraak heel veel mensen strafbaar maakt. Denk maar aan elke werknemer die, per ongeluk of met opzet, met zijn account grasduint door een directory die weliswaar voor hem is opengesteld maar niet voor hem bestemd is.
Ten aanzien van de primair ten laste gelegde computervredebreuk past de rechtbank het toetsingskader toe dat de Hoge Raad heeft uiteengezet in het zogeheten politiemol-arrest (ECLI:NL:HR:2021:1691). In die zaak was eveneens een autorisatie verstrekt om in te loggen in het beveiligde systeem. Het gerechtshof oordeelde destijds dat de politiemol zijn autorisatie had misbruikt, aangezien die was verstrekt om in het kader van zijn werk naspeuringen te verrichten, terwijl hij het systeem bevroeg zonder dat daarvoor in zijn politietaak enige aanleiding bestond. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand. De rechtbank haalt tevens de conclusie van P-G Spronken aan, die waarschuwde dat de reikwijdte van artikel 138ab Sr potentieel zeer groot wordt, nu een werknemer die uit nieuwsgierigheid grasduint in voor hem toegankelijke systemen al snel onbevoegd kan handelen.
Rechters hebben dit stukje jurisprudentie in het verleden ook al afgewezen (ECLI:NL:RBOBR:2026:1586) om puur een “valse sleutel” aan te tonen. Dus zelfs al zou het de vervolging van mijn collega betreffen zou deze redenering mogelijk niet slagen.
Recht op eigen data
Tenslotte moeten we ons terdege afvragen of er, zelfs door mijn collega, iets onoorbaars is gedaan. Heeft ze haar login “misbruikt” waardoor er sprake kan zijn van een “valse sleutel“? Heb je als werknemer niet het recht om bepaalde documenten zelf in bezit te hebben zoals e-mails met opdrachten, verslagen van functioneringsgesprekken, beoordelingen van een werkgever en verkoopcijfers waarvan (een deel) van je salaris afhankelijk is? Dat is de vraag die Marleen Stikker ook duidelijk stelt:
Indien een werkgever deze zaken alleen maar verstrekt in een gesloten omgeving dan is de rechtspositie van de werknemer altijd bijzonder zwak.
Bijzondere interesse van politie als maatstaf
Niet te vergeten: in onze zaak heeft de werknemer ook ontslag gekregen, niet zozeer voor het inloggen en kopiëren maar mede voor betrokkenheid bij een “strafzaak“. Lees nog maar eens een eerder ingebracht citaat tijdens haar ontslagprocedure:
Het wordt meteen duidelijk dat de politie de zaak buitengewoon serieus neemt
Voor een civiele rechter is het “bijzonder serieus nemen door de politie” al reden genoeg om een oordeel te vellen. Kijk maar eens naar het (civielrechtelijke) verbod op motorclubs. Waar het strafrechtelijk niet lukte werden deze zaken voor de civiele rechter gebracht en meermaals werd aangehaald dat “de politie het wel erg serieus neemt“, zonder enige strafrechtelijke basis wel te verstaan. Het is een feit dat een grootscheepse aanpak van politie invloed heeft op een civiele procedure en dat hebben we zelf, in het verleden, ook een aantal keren meegemaakt.
Genegeerde argumenten
Mijn advocaat begrijpt de materie inmiddels prima en schrijft een prima pleitnota.
Ook ik heb mijn eigen pleitnota meegenomen maar de voorzitter vindt dat niet gebruikelijk. Mijn advocaat moet het woord maar doen. Stel je voor: Een verdachte die niet mag praten ter zitting … Alleen als ik u vragen stel! Dus na het “wegpoetsen” van de getuige deskundigen wordt ook de enige resterende persoon in de rechtszaal die technisch kan uitleggen wat er gebeurd is “de mond gesnoerd”.
Nagenoeg alle argumenten worden volledig genegeerd. Het buitenproportioneel optreden met psychisch lijden ten gevolge, de door politie vervroegde opname van de aangifte, de buitenproportionele inval een paar uur na de aangifte met 25 personen, het negeren van de tegenaangifte wegens ontbreken van tijd en mankracht, de brief van Team Ondermijning, de directorylist met alleen maar bestanden betrekking hebbende op Veterans MC, etc, etc, etc.
Argumenten aangevers
In plaats daarvan staat het vonnis bol van de citaten van de aangifte, getuigenverklaringen van aangevers en bevindingen van aangevers. Of die integer zijn lijkt het Hof niet te deren of af te vragen. Alles wat daarin wordt opgemerkt is blijkbaar de enige waarheid.
Eén citaat in het bijzonder begreep ik helemaal niet:
Werkelijk IEDER WELDENKEND MENS begrijpt dat de toegang wordt ingetrokken bij ontslag. Dat daarmee wederrechtelijkheid ontstaat vóór het ontslag is een bijzonder vreemde redenering. Maar zoals gezegd: Op een of andere manier redeneert men naar de veroordeling toe i.p.v. andersom.
Al met al worden we wederom geconfronteerd met een vonnis dat aan alle kanten rammelt. Er staat nog maar een weg open: Cassatie bij de Hoge Raad.
Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.
Overigens heeft ons deze zaak erg veel geld gekost. Zelfs meer als ik kan dragen en om die reden zitten we nog met een restschuld bij de advocaat. Ik betaal deze in termijnen af maar daar is erg weinig ruimte voor. Voel je je geroepen, bij het lezen van dit verhaal, iets bij te dragen dan kun je gebruik maken van onze sponsoringpagina op MediaVrijheid. Onze dank is groot.





























































