Onschuldig Veroordeeld – Deel 8 – Reclassering
Wie zijn kont verbrand moet op de blaren zitten. Een oud spreekwoord en dat geldt ook voor mij. 40 uur werkstraf waar ik 2 uur vanaf mag halen wegens voorarrest maakt 38 uur op de blaren zitten. Hiervoor moet ik me melden op 11 augustus jl om 11:00 uur voor een intakegesprek.
Arbeidsongeschikt
Ik ben benieuwd. Hoe gaat men dit oplossen? Ik ben in 1994 100% fysiek afgekeurd vanwege een breuk in mijn rug. Fysieke arbeid behoort niet tot de mogelijkheden. In mijn jaar ziektewet (1993/1994) heeft men de WAO gewijzigd. Het zogenaamde “WAO-gat” is ontstaan en voor de meeste mensen kan dit worden bijverzekerd. Als je echter met een gebroken rug thuis zit behoord dat blijkbaar niet tot de mogelijkheden.
Van ruim 6000 gulden per maand (incl. vergoedingen en extra’s) ga ik in de ziektewet terug naar iets meer als ƒ 3000,–. Na een jaar blijft daar in de WAO nog een beetje meer dan ƒ 800,– per maand van over, net genoeg om de huur te betalen. Ik besluit geen aanvullende bijstand aan te vragen maar in plaats daarvan begin ik, met toestemming van het UWV, een onderneming. Ik moet wel elke maand opgeven wat ik verdiend heb zodat dit gekort wordt.
Eindelijk heb ik een goede maand en moet op de opgave ƒ 4600,– noteren. Begrijpelijk krijg je dan ook die maand geen WAO, die snap ik. Maar de volgende maand kreeg ik ook niets meer. Als ik daarover bel wordt me uitgelegd dat het er niet toe doet wat ik verdiend heb maar wat ik KAN verdienen. Ik heb laten zien dat ik meer als mijn oude maatmanloon kan verdienen dus krijg ik geen WAO meer vanaf dat moment.
Natuurlijk ben ik boos. Een inkomen van een ondernemer dient per jaar bekeken te worden waaruit een gemiddelde ontstaat per maand en niet in korte periodes met een piek. Ik voel me, voor het eerst, behoorlijk belazerd door onze overheid maar besluit mijn energie in mijn bedrijf te steken. Ik bouw echter wel een behoorlijke schuld op van onbetaalde rekeningen en door deurwaarders, gerechtskosten en rente wordt die nog eens dik verdubbeld. Het zou tot 2000 duren voor ik weer schuldenvrij ben.
Wijziging WAO
Maar er is in 1994 meer veranderd. De overheid vindt dat de werkgever in hoofdzaak verantwoordelijk is voor de arbeidsongeschiktheid van de werknemer en het begrip “passende arbeid” wordt geboren. Nu wordt de overheid (Reclassering) hiermee zelf geconfronteerd dus ik ben reuze benieuwd hoe men dit gaat oplossen.
Ik heb mijn weg gevonden in deze maatschappij met zittend werk, eerst juridisch en later in de IT. Mijn rug wordt niet beter, nooit meer, en de mogelijke belasting daarvan blijft ongewijzigd. In 2008 krijg ik een ongeval en als gevolg daarvan is mijn knie eveneens nauwelijks meer belastbaar. Dat heeft echter, voor mijn werk op dat moment, weinig gevolgen.
Dan stort ik in. In 2018 kan ik NIETS meer. 3 jaar procederen na mijn ongeval in 2008 en jarenlange strijd tegen een onredelijke overheid maken me moe, doodmoe. De inval in deze zaak is mogelijk de druppel want kort daarna kan ik werkelijk niets meer. Ik zoek hulp.
Geestelijke GezondheidsZorg
De diagnose is “autisme” maar daarmee leef ik al mijn hele leven. Dat is, mijns inziens, niet de reden van mijn arbeidsongeschiktheid maar het woord autisme (ASS) sluit alle deuren. Enorm lange wachtrijen die eindigen in patiëntenstops. Er is gewoon geen ruimte. Sinds COVID lijkt de GGZ alleen maar zwaarder belast te worden dus is er geen hulp. Ik wacht al 8 jaar op behandeling om hier uit te komen en leef van dag tot dag.
Het UWV keurt me af, 100%, wegens psychische problematiek. Vrijwel direct daarna wordt het een WIA IVA wat zoveel betekent dat het “for life” is. Ik hoef niet meer te komen. Ze willen me niet meer zien; nooit meer. In mijn eigen bedrijf werk ik, af en toe, nog een paar uurtjes; in mijn eigen tempo, eigen initiatief en zonder autoriteit. Omdat ik mijn bedrijf altijd langs mijn loondienst heb gehad wordt dat deze keer niet gekort.
Intake
Dan zit ik oog in oog met een medewerker van de reclassering. Hij begrijpt het fysieke verhaal. Ik kan zittende werk doen, zo besluit hij. Het psychische verhaal is blijkbaar moeilijker voor hem. Ik leg hem uit dat een “van-dag-tot-dag” kwestie is. De ene dag kan ik alles, de andere dag kan ik werkelijk niks. Hij beloofd er rekening mee te houden en zegt dat hij er begrip voor heeft.
“Wanneer kun je beginnen?“. Per direct, antwoord ik. Ik heb tenslotte geen lopende werkzaamheden of verplichtingen. We lopen naar een ander kantoor en er wordt, in overleg met andere medewerkers, besloten dat ik dezelfde middag kan beginnen, om 12:30. Even thuis lunchen en (verplichte) werkschoenen aan doen en ik ben op tijd weer terug.
Aan de gang
Een andere medewerker roept me naar binnen. Ik moet mijn telefoon in een “locker” doen en hiertoe overhandigd hij mij een sleutel met een nummer erop. Tegelijkertijd stapt hij hetzelfde kantoortje binnen waar ik die ochtend zat voor de intake. Ik kijk naar het nummer en constateer dat dit een locker helemaal op de vloer is. Omdat hij inmiddels een halve meter verderop staat gooi ik de sleutel, met een boogje, naar hem toe met de woorden “heb je ook een locker op ooghoogte? …“. Hij vangt hem op zonder te knipperen met zijn ogen maar zijn blik verandert. Dan kijkt hij boos. Om die reden maak ik mijn zin af met “… alsjeblief?“.
Er volgt een, voor mij, hele onwerkelijk discussie. Ik vertel hem dat het toch bekend is bij hen dat mijn rug en knieën niet meer functioneren. Een locker op vloerhoogte is een marteling voor me. Hij zegt hiervan niets te weten. Ik reageer direct dat hij dat behoord te weten; ik heb dat tenslotte, tijdens de intake, duidelijk uitgelegd. Daarom doe ik toch ook zittend werk. Tegelijkertijd weet ik dat hij liegt. Deze ochtend is dit besproken, ook met hem, toen we samen zijn kantoor inliepen. Ik krijg dan ook het gevoel dat hij me gewoon “test“.
Maar hij is boos. Argumenten komen niet meer door de muur van emoties. Hij vond het “onverantwoordelijk” en “gevaarlijk” om met een sleutel “te gooien“. Daarbij vond hij me “brutaal” en daar was hij niet van gediend. OK, ik ben autistisch en assertief, een ongebruikelijke en vaak onbegrepen combinatie, maar ik ben geen moment onbeleefd geweest.
Omdat hij zo boos blijft is er geen gesprek meer mogelijk. Ik wil niet boos worden en zeg hem dat we een “valse start” lijken te maken. Ik vraag hem om een nieuwe afspraak. Dat lijkt me voor iedereen het beste. Hij antwoord, zo mogelijk, nog bozer: “Ik maak met jou helemaal geen afspraak meer.“. Om verdere escalatie te voorkomen draai ik om en verlaat het pand.
Bellen
Thuisgekomen bel ik met de planning en doe mijn verhaal. Ik vraag wederom om een nieuwe afspraak. De dame van de planning zegt dat ze geen nieuwe afspraak kan maken. Ik ben tenslotte al toegewezen aan een medewerker en ik moet daarmee een andere afspraak maken. Dan leg ik haar uit dat deze medewerker geen nieuwe afspraak met me wil maken dus wat nu? Ik wordt terug gebeld, beloofd ze.
Dezelfde middag gaat de telefoon. We bespreken het gebeurde maar deze medewerker is eveneens “not amused“. Hij herhaalt ook mijn “gooien” en “brutaliteit” en zegt me, om die redenen, een eerste “officiële waarschuwing” aan. Ik vraag nog wat een “officiële waarschuwing” inhoud en hij antwoordde: “Zie het maar als een gele kaart“. Een afspraak voor de week hierna wordt gemaakt.
De “officiële waarschuwing” volgt de dag erop per brief. Opvallend is dat er niet meer wordt gesproken over “gooien” en “brutaliteit“.
Bestuursrecht
Ik interpreteer deze brief als een “besluit” en dien bezwaar in, per e-mail. Het antwoord komt snel: Bezwaar is, volgens reclassering, niet mogelijk want reclassering is geen bestuursorgaan en als zodanig niet onderhevig aan de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Hij zit daar echter behoorlijk mis. Reclassering is een B-orgaan volgens de AWB:
- Een ander persoon of college;
- Met enig openbaar gezag bekleed.
- De entiteit voert een publieke taak uit;
- De entiteit wordt voor 2/3 gefinancierd door één of meerdere bestuursorganen;
- De inhoudelijke uitvoering van de publieke taak wordt grotendeels door één of meerdere bestuursorganen bepaald.
Er is ook jurisprudentie over te vinden (ABRvS 9 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:696). Ik vraag nog, voor alle duidelijkheid, of hij mijn bezwaar zelfstandig afwijst of mogelijk “niet ontvankelijk” verklaard. Hierop krijg ik niet eens meer antwoord.
Ziek
De maandag hierop ben ik niet in staat om iets te doen. Helaas heb ik steeds vaker deze dagen. Ik wil dan ook geen discussie of enige andere interactie met mensen en, om die reden, zeg ik dan verplichtingen af per e-mail of SMS. De “regels” van de reclassering laten dit echter niet toe; je MOET bellen. Mijn vrouw herkent deze “state-of-mind” bij mij en zegt dat zij wel zal bellen.
Eigenlijk krijgt mijn vrouw direct een “reprimande“: Ze had vóór 09:00 moeten bellen. Mijn meisje legt geduldig en beleefd uit dat het onmogelijk is om tussen 8 en 9 ’s ochtends te bepalen of ik om 12:30 in staat ben om iets te doen. Dat kan van uur tot uur omslaan. De ziekmelding wordt (blijkbaar) geaccepteerd en ik ga die dag niet.
Volgens de “regels” van reclassering moet een ziekmelding elke dag herhaald worden. Deze keer iets eerder belt mijn vrouw tussen 10 en 11. Ondanks dat het nummer dat ze belt exact hetzelfde is als de dag ervoor neemt er iemand anders op. Ze geeft mijn vrouw direct weer op haar falie dat het vóór 9 uur moet. Mijn vrouw legt wederom beleefd en geduldig de situatie uit. Vervolgens wordt gezegd dat we een ander nummer moeten bellen.
Heel vreemd want dit nummer staat op de brief bij ziekmeldingen. Mijn vrouw begrijpt werkelijk niet wat hier speelt en legt rustig uit dat ze dat niet gaat doen. Ze heeft me tenslotte ziek gemeld op het nummer dat daarvoor opgegeven is. De medewerkster reageert daarop met de mededeling dat de ziekmelding dan NIET GELDIG is. Mijn meisje hangt echter op. Hier heeft ze duidelijk geen zin in en ze heeft nu andere zaken aan haar hoofd.
Einde werkstraf
De volgende dag komt er een tweede brief binnen, dit keer met het onderwerp “Retourzending werkstraf“.
Geen “niet-geldige-ziekmelding“, geen telefoongesprek wat op niets uitloopt. Gewoon een simpele “niet aanwezig geweest” alsof er nooit een ziekmelding heeft plaatsgevonden. Alsof er nooit een telefoongesprek is geweest. Alsof ik, zonder iets te laten weten, ben weg gebleven.
Ook deze brief is, mijns inziens, een besluit met rechtsgevolgen dus dien ik weer bezwaar in. Het antwoord is hetzelfde:
Indien u een bezwaar in wilt dienen omdat u het niet eens bent met een besluit van ons kunt u dat niet via mij doen. Ik verwijs u daarvoor naar de klachtenprocedure welke Reclassering Nederland hanteert. Via de website van Reclassering Nederland kunt u via de zoekbalk uitleg vinden op welke manier, en bij wie, u de klacht kan indienen.
Alsof een klacht hetzelfde is als een bezwaar.
Klacht
Na het eerste bezwaar had ik een klacht ingediend over het feit dat een medewerker mijn bezwaar niet op de juiste wijze verder heeft geleid binnen de organisatie. Een beetje tot mijn verbazing wordt ik gebeld door een “klachtbehandelaar“. Ze zegt me te willen horen in deze klacht. Ze laat me echter nooit uitpraten.
Met enige regelmaat valt ze me in de rede en laat duidelijk doorschemeren het verhaal al te kennen, waarschijnlijk door contact met de medewerkers. Ze werpt zich ook meer op als een advocaat van reclassering en/of de medewerkers als iemand die een klacht serieus wil aanhoren. Ze bevestigd dat “bezwaar” niet mogelijk is en dat alleen een “klacht” kan.
Dat dit gesprek op niets uitloopt moge duidelijk zijn. Ik ben dan ook reuze benieuwd of hier nog een staartje aan komt.
Op dit punt zijn we aangeland. Reclassering heeft mijn straf retour gezonden naar het OM; duidelijk om oneigenlijke redenen, volgens mij. Er rest niets dan af te wachten hoe het OM hierop gaat reageren.
Blijf kritisch, blijf nadenken en blijf VRIJ.
Overigens heeft ons deze zaak erg veel geld gekost. Zelfs meer dan ik kan dragen en om die reden zitten we nog met een restschuld bij de advocaat. Ik betaal deze in termijnen af maar daar is erg weinig ruimte voor. Voel je je geroepen, bij het lezen van dit verhaal, iets bij te dragen dan kun je gebruik maken van onze sponsoringpagina op MediaVrijheid. Onze dank is groot.


























































